De Kwaremontes-route

Nog op zoek naar een leuke - en vrij intense - fietstocht? Bahamontes en Kwaremont helpen je graag verder! Een tijdje geleden sloegen we de handen in elkaar en stippelden de Kwaremontes-route uit, een prachtige rit dwars door de Vlaamse Ardennen die je via een paar kuitenbijters en bloedschone weggetjes van de ene authentieke bruine kroeg, naar het volgende prachtige café brengt.

Start- en aankomstpunt: Oudenaarde. Op het programma: 91 pittige kilometer en 1100 hoogtemeters. Download de rit hier.
Kwaremontes.jpg

Starten vanuit het Hart

Oudenaarde. Hart van de Vlaamse Ardennen, hart van de Ronde ook. Niet onlogisch dus dat we hier van start gaan. Veel tijd om de benen warm te draaien, is er niet, want je bent Oudenaarde nog niet goed en wel uit of daar wacht al de eerste helling, de Achterberg, meteen eentje die in de kuiten bijt. Een paar kilometer verder wacht al de tweede hindernis van de dag én, gelukkig, al meteen de eerste tussenstop. Café Den Obus ligt net voor de top van Volkegemberg, een helling die vroeger bestond uit 1.200 meter verschrikkelijke kasseien. In 1982 werd het grootste deel van de klim geasfalteerd en enkel de laatste 200 meter voor de top zijn nu nog in kasseien. Vrees niet, deze helling is geen moordenaar. En boven wacht met Den Obus dus een eerste mogelijke tussenstop. Verwacht u, bij goed weer, aan een heerlijk terras in dit authentieke dorpscafé (met toilet buiten!), waar Ronny Kestelijn de plak zwaait. De naam van het café verwijst naar de inslag van een granaat – een obus dus – tijdens de Eerste Wereldoorlog. Voordien heette het café gewoon ‘Sint-Martinus’, naar de patroonheilige van de parochie Volkegem, een parochie die trots is op zijn goed bewaarde, beschermde dorpskern die er nog ongeveer hetzelfde uitziet als in de 19de eeuw.

Roetsjbaan naar Brakel

Wie Volkegemberg helemaal tot boven fietst, stoot erna op de verschrikkelijke stenen van de Holleweg en – wat verder – Kerkgate. Wij sparen echter fiets en benen, en slaan dus voor de top van Volkegemberg linksaf en mijden op die manier de kasseien. Via prachtige, smalle baantjes die op en af gaan als een roetsjbaan, en dorpjes en gehuchten met namen als klokken – Sint Maria Horebeke, Arme Klei, Elst – trekken we naar Brakel. Ondertussen krijg je nog een paar minder bekende hellingen – Tissenhove, Pottenberg – voor de wielen geschoven, vooraleer je aan de voet van de Valkenberg komt. In pré-Flanders Classics-tijden, toen de aankomst van de Ronde nog in Meerbeke lag, was de Valkenberg de middelste, en ook de zwaarste, van het drieluik Berendries-Valkenberg-Ten Bosse. Het was net voor de top van de Valkenberg dat Leif Hoste in 2006 demarreerde en wereldkampioen Tom Boonen meekreeg. Stoppen in Café In den Hengst deden ze toen niet, al loont dat nochtans de moeite. Je moet trouwens goed kijken of je rijdt In den Hengst zomaar voorbij. De grijze gevel wordt enkel opgefleurd door twee kleine lantaarns en ‘In den Hengst’ op het glasraam boven de deur. Stap er binnen, en je wordt minstens 60 jaar terug in de tijd geslingerd. Een Leuvense stoof eist de aandacht op, samen met de authentieke tegelvloer en roodwit geruite tafelkleedjes. In de achtertuin, waar ook het toilet te vinden is, grazen een paar schapen, ze zijn in het gezelschap van een standbeeld van een stalen paard, den hengst wellicht. En volgens de legende stapte Eddy Merckx hier ooit samen het café binnen met Fons De Wolf. Nog steeds de meest legendarische dag voor dit café dat al sinds 1850 bestaat

De taalgrens over

Brakel is de poort naar een quasi andere wereld, namelijk het Pays des Collines. Letterlijk vertaald: Land van de Heuvels. Het is eigenlijk Wallonië, het is er vooral prachtig fietsen, en dus moeten we sowieso eventjes de taalgrens over. Dat merk je aan de straatnamen. Hurdumont, Puvinage, Paillart… Die laatste is eigenlijk de straatnaam voor La Houppe, een van de mooiste beklimmingen in, euh, de Waalse Vlaamse Ardennen. Tenzij u La Houppe liever de Hoppeberg of de Pottelberg noemt. Feit is dat dit met zijn 2,8 kilometer een van de langere beklimmingen in de streek is en dat je je dankzij de weg die zich doorheen een prachtig bos kronkelt een beetje in de échte Ardennen waant. In Brasserie d’Hoppe, een gezellig etablissement in het doodlopende straatje naast Chalet Gerard, waan je je niet in de Waalse of Vlaamse Ardennen, maar eerder in een Oostenrijkse berghut. Binnen knettert het haardvuur, terwijl uitbaatster Greta het haar klanten naar hun zin probeert te maken. De koers hangt hier in de lucht en buiten, op het terras, in de vorm van een spandoek. Een foto van enkele Katusha-renners, en de boodschap: ‘Cycling friendly restaurant’. Zegt Greta: “De service course van Katusha is hier wat verderop, in Ronse. Viatcheslav Ekimov is hier jaren geleden eens binnengestapt en sindsdien komt de voltallige staf hier regelmatig eten. En ja, dan komen er al eens renners mee. Sindsdien ben ik Katusha-fan.”

Ronse, WK-stad

Omdat het na La Houppe niet anders kan, volgen we even de grote baan. Niet tot in Ronse zelf, want we zoeken snel opnieuw mooiere, smalle baantjes op. Je voelt meteen dat je in Wallonië fietst, want de macadam is wat grover en (nog) slechter onderhouden dan op Vlaamse wegen. De vergezichten maken gelukkig veel goed. En de volgende tussenstop evenzeer. Bar Bois is een van de vele verborgen parels die Vlaanderen rijk is. Een prachtig etablissement, verstopt achter een gevel waar je dit niet verwacht. “Dit was tot 1996 de Sint Pieterskerk”, zegt uitbaatster Johanna. “Maar toen heeft men de kerk ontwijdt en is het gebouw voor andere doeleinden gebruikt. Zo heeft het een tijd dienst gedaan als scoutslokaal. Maar in 2010 hebben mijn ouders het gekocht en sinds oktober vorig jaar baten wij hier Bar Bois uit.” Het moet gezegd: ze hebben er een puike, hippe bar van gemaakt. Waar het in de naam van de Vader, de Heer en de Heilige Geest goed toeven en drinken is.

Heeren, stopt!

In de Ronde doen de renners eerst de Oudestraat aan, een venijnige kasseihelling parallel aan de Kruisstraat, om daarna richting Hoogberg-Hotond, met zijn 108 meter het hoogste punt van Oost-Vlaanderen, door te stomen, iets wat ook wij doen. Het was hier dat Niki Terpstra er in 2018 in Vlaanderens Mooiste vandoor ging, op kousenvoeten. Niki had wel de pech dat hij niet even halt kon houden in d’Oude Hoeve, een prachtig authentiek café wat verderop in de Ronde van Vlaanderenstraat dat vroeger werd uitgebaat door Georgette, de grootmoeder van Dries Devenyns, en waar de liefde voor de koers nog steeds nadrukkelijk aanwezig is. Nu is het Joëlle die met veel zwier achter de toog Kwaremonts tapt, terwijl Ronde-stichter Karel Van Wijnendaele een beetje verderop vanop zijn monument in de Ronde van Vlaanderenstraat een oogje in het zeil houdt, en ziet dat het goed is. Wie hier niet stopt, mist iets!

De kasseien van de...

Geen Kwaremontes-route zonder Oude Kwaremont natuurlijk, en dus duiken we via de Nieuwe Kwaremont – een afdaling als een schuifaf – naar Berchem waar de knoestige kinderkopjes van de meest beklommen helling in onze Vlaamse voorjaarskoersen ligt te wachten. In tegenstelling tot de renners moeten wij geen 2,2 kilometer aan een stuk stoempen tot onze tong in onze spaken dreigt te draaien. Wij mogen namelijk bijtanken in In de zon, het café op het Kwaremont-plein - ongeveer halfweg de helling - waar de Zwitserse fanclub van Fabian Cancellara huist en waar er nog jaarlijks een Fabian-party gegeven wordt, een feest waar Spartacus zelf vaak bij is. Ook op de dag van de Ronde is dit een van de absolute places to be. Zegt uitbater Tim: “Vergelijk het met de Vlasmarkt in Gent tijdens de Gentse Feesten. Koers, dj’s en pinten. Véél pinten. Van ’s morgens 9 uur tot klokslag middernacht. En de koers zelf kan je natuurlijk volgen op de schermen die we tijdens het koersseizoen overal in het café opstellen.” Hier pinten drinken is toch een beetje als vloeken in de kerk. Op de Oude Kwaremont hoor je een Kwaremont te drinken. Zoals wij!

De finale!

Na de lange, lastige uitloper van de Oude Kwaremont zit het zwaarste er nu écht wel op. We laten de Paterberg, letterlijk, links liggen en duiken opnieuw naar Berchem. Daar steken we de Schelde over, maar in plaats van voor de N453 te kiezen – de weg die dienst doet als ultieme finale in de Ronde van Vlaanderen, kiezen wij voor de propere kasseien van de Varentstraat en nog enkele vlakke kilometers binnendoor richting Oudenaarde. Alvorens we de laatste twee kilometer toch op het Ronde-parcours terechtkomen, is een laatste tussenstop in Petegem aan de Schelde écht verplicht! Café Oud Gemeentehuis is zo’n café waar het woord café voor is uitgevonden. Op de gevel hangt een sticker. ‘30 jaar bij Magda.’ Magda staat dus ook achter de toog als we binnenstappen. Ze blijkt daar al ruim 42 jaar te staan. “Ja, we zouden eigenlijk eens een nieuwe sticker moeten laten maken.” Ook hier wordt er nog ‘op de koer’ geplast, de warmte komt uit een Leuvense stoof en aan de muur hangen spreuken als ‘Niet zagen, maar bier vragen’. Ook Mario De Clercq is hier nog uitdrukkelijk aanwezig, als schilderij op een van de ramen, op sjaals, geschreven op een muur. Dit was Mario’s supporterslokaal, hier vierde hij zijn drie wereldtitels. Zegt Magda: “Dan was het hier een zottekeskot! Ze hebben hier zelfs nog staan dansen op de Leuvense stoof! Terwijl ze brandde!” Speciaal voor ons komt Mario zelf even langs. Voor een koffie, en een klapke met de stamgasten. Zegt Mario: “Ik woon hier vlakbij en spring nog regelmatig binnen. Het is het enige overgebleven café hier op het plein. Vroeger waren er vijf. Op vrijdagavond zit dat hier stampvol. Goedkope pintjes, hè. Dat doet rap de ronde.” We klinken nog een laatste keer met Mario en beloven Magda dat we terugkomen. Snel zelfs!

Nu resten ons enkel nog de laatste twee kilometer. Want Oudenaarde wacht, start- en aankomstpunt van de Kwaremontes-route. Staan bij aankomst op de teller: 7 geweldige cafés, 91 pittige kilometer en 1100 hoogtemeters.

En nu? Nu is het aan u! Download de rit hier. Geniet, fiets en drink na aankomst een heerlijk verfrissende Kwaremont.